GENT - In het intercultureel centrum De Centrale vonden vrijdag een aantal demonstratiebokswedstrijden plaats. Een nogal bijzonder initiatief, met een goede insteek: Tabarnack, een muziekgezelschap van zeven man, met nogal jazzy inslag, speelde live, terwijl op het canvas, tussen de bokstouwen, drie bokskampen plaats vonden. Synchroon opende in het Huis Van Alijn de tentoonstelling 'Dat is Boks', met historisch beeld- en affichemateriaal.
Er was een presentator die dat niet slecht deed, maar eens de matchen _ die natuurlijk niet echt vechtpartijen waren om mekaar tegen het canvas te slaan _ bezig waren, was de presentator ook scheidsrechter.
Waardoor er geen publieksmenner meer was, en het eigenlijk allemaal wat koeltjes en stil bleef in de zaal. Want het publiek wist dat er geen bloed zou vloeien, wist dat er geen favorieten waren, wist dat er grote winnaars of verliezers zouden uitkomen. Dat was een beetje spijtig.
De organisatoren hadden nochtans aan veel gedacht: ook aan een ringpoes: die had bij elke match een andere naam, een andere outfit, maar het was telkens dezelfde bevallige jongedame. Dat was wel goed gevonden.
Die demonstratiewedstrijden, met live muziek, hadden wel iets bijzonder: je vroeg je permanent af: volgen de boksers de muzikanten, of omgekeerd. Ze zullen het wel eens gerepeteerd hebben, daar ben ik nogal zeker van, want de droge drumslagen waren wel heel synchroon met de korte stoten van de boksers.
Ook niet slecht was woordenworstelaar Didi De Paris, die tussen de matchen door poëzie bracht. Maar er was te veel Didi: één keer, hooguit twee keer, ware schitterend geweest, nu was het te veel, en duurde het te lang.
Heb ik mij dan verveeld? Helemaal niet. Ik had op een bepaald moment zelfs rillingen. Maar dat moet ik misschien uitleggen. Ik heb de carrière van Freddy De Kerpel nooit echt gevolgd. Omdat ik op dat moment helemaal niet met boksen bezig was.
Ik leerde Freddy pas later kennen: toen hij een mediafiguur werd, en in Via Vaboudenhoven van televisiemaker Rob kwam. Toen leerde ik Freddy kennen als een heel warm mens. Eerlijk, vlot, bescheiden, zelfs wat terughoudend. En met een prachtige vrouw. Nog later _ op een boekvoorstelling van Herman Brusselmans, leerde ik ook zijn bevallige dochter kennen.
Maar ik dwaal af. Freddy De Kerpel dus. 61, en in goede conditie. Schreef daar onlangs ook nog een boek over. En in tal van interviews las ik al over hoe hij zijn lichaam traint en onderhoudt. Maar ik had Freddy nog nooit van dichtbij in bloot bovenlijf gezien.
Gisterenavond dus wel, in de ring. En daar kreeg ik koude rillingen van. Van bewondering: hoe hij met een geconcentreerde blik, in de hoek van de ring, zijn voeten uitzwaaide, rondhuppelde. Dat lijf! Niets opgeblazen, niets uitgezakt. Gewoon een prachtig gespierd lijf. En hoe hij over dat canvas bewoog. Niet stoer, niet strandjeanneterig. Maar gewoon als bokser. Geconcentreerd. Toch een geslaagde avond dus.
Dank u Freddy!